AAC Follow-up
Wat hebben ouders en begeleiders nodig om een kind met een communicatief meervoudige beperking (CMB) blijvend te leren communiceren met een spraakhulpmiddel? AAC Follow-up onderzoekt welke training en ondersteuning daarvoor nodig zijn, juist in de periode nadat het hulpmiddel er is.
Looptijd
Over dit project
Een hulpmiddel vraagt om meer dan alleen gebruik
Voor kinderen met CMB is communiceren via gesproken taal niet vanzelfsprekend. Met Ondersteunde Communicatie (OC), bijvoorbeeld een spraakhulpmiddel, kunnen veel kinderen met CMB hun communicatie en taalvaardigheden verder ontwikkelen. De volwassenen om het kind heen spelen daarin een grote rol, want zij bepalen mede welke communicatieve ervaringen het kind opdoet. Het leren communiceren met een hulpmiddel gaat echter niet vanzelf. Het vraagt veel van zowel het kind als de mensen in zijn of haar omgeving.
Onderzoek naar de periode na verstrekking
In dit promotieonderzoek staat de vraag centraal welke training en ondersteuning volwassen communicatiepartners van een kind met CMB nodig hebben om een hoogtechnologisch Communicatie Ondersteunend Hulpmiddel (COH) langdurig te blijven gebruiken. De aandacht gaat daarbij vooral uit naar de periode die volgt nadat het hulpmiddel is verstrekt, de fase waarin veel gezinnen en professionals nog zoekende zijn.
Kennis voor de praktijk van morgen
Het onderzoek levert een reeks wetenschappelijke publicaties op die inzicht geven in wat communicatiepartners van kinderen met CMB nodig hebben voor langdurig gebruik van een hightech hulpmiddel. Deze kennis vormt de basis voor betere begeleiding na de verstrekking van een communicatiehulpmiddel.
Meer grip op de hulpvraag
Met de inzichten uit dit project kunnen communicatiepartners en kinderen met CMB hun hulpvraag rond het gebruik van een hightech hulpmiddel scherper formuleren. Behandelaars krijgen handvatten om hun zorg en dienstverlening hierop aan te laten sluiten.
Betrokken partners:
- Kentalis
- Stichting Milo